“Mam, ik heb een 5,3. Ik kan wel janken. Ik dacht écht dat ik een 8 had.”
Ik voel het instant.
Niet de 5,3 die je zag aankomen. Nee, de 5,3 waar je een 8 verwachtte. Dubbel pijnlijk. En met Havo 5-examens in zicht ook nog eens slecht getimed.
Als moeder voel ik volledig met haar mee. En daarna begint het bij mij te malen.
Want ik zie ook dat ze steevast heel laat begint met leren. Beco onder de knie krijgen vraagt oefening, en die uren mist ze structureel.
“Ik heb vier uur opstarttijd nodig”: meldt ze dan vrolijk en checkt nog weer eens haar mobiel.
Dus wat doe ik?
1. Spreek ik haar aan op hoe ze leert?
2. Laat ik het los en luister ik alleen?
3. Of pep ik haar op met: “Je kunt het, je hebt er je best voor gedaan”?
Ik doe een serieuze poging voor een combi van 2 en 3. Maar wat trap ik makkelijk in de controle-valkuil. Het roept namelijk oude stemmen op: Niet slagen is falen. Dan ben je niet goed genoeg.
Die stemmen zijn natuurlijk van mij en niet van haar. Het is zo opletten dat ik ze niet ongemerkt overdraag.
Terwijl ik nog rondloop met de frustratie en de overpeinzingen, kijkt zij me alweer lachend aan.
“Zit je er dan niet mee?”
“Mam, ik kan er toch niets meer aan veranderen. Op naar de herkansingen.”
Ik sta daar een beetje geïrriteerd. En tegelijk met een glimlach.
Zij past de les toe die ik haar heb meegegeven, en die ik zelf vergeet te gebruiken.
Dit herken ik ook bij leiders: betrokken zijn zonder overgenomen te worden door je eigen oude overtuigingen. Ruimte geven, ook als je het liever zelf oplost.
Grijp jij in, of laat je los, bij je kind, of bij iemand in je team?Activeer om grotere afbeelding te bekijken,