“Zachter werken in plaats van harder werken, dat is wat ik wil.”
Ze zegt het resoluut. “Niet langzamer, maar wel milder naar mezelf.”
Terwijl ze het uitspreekt, legt ze haar hand op haar borst, loopt een tikkeltje langzamer, schouders gaan iets naar achteren. Ik geef sec de observatie terug.
“Ja, precies daar ervaar ik dan meer ruimte, meer lucht.”
Dan glimlacht ze. “Op je volgende vraag heb ik al een antwoord, die van ‘wat gaat het jou brengen?’ “Meer rust, meer ruimte.”
Ze vertelt verder. Over oefenen in voelen. Over het moment waarop ze voor het raam ging staan, zichzelf vroeg: “hoe voel ik me nu? en het antwoord “minder gestresst” opkwam. Hoe direct daarop de gedachte volgde: “Maar dat is geen gevoel, dus niet goed.” Haar schouders zakken, haar hoofd buigt iets naar beneden. Een fractie van een seconde, maar ik zie het gebeuren. Wat kunnen oordelen toch razendsnel opkomen en effect sorteren.
Later deelt ze “Ik voel mijn grenzen niet”. Daarna over een situatie en gedrag binnen haar familie die voortduurt. Haar handen gaan naar haar buik. Ik geef sec de observatie terug.
“Ja, mijn buik blijft dan maar borrelen.” Ze balt haar vuisten. Opnieuw geef ik de observatie terug. Ze beseft zich dat ze haar grenzen zeker wel voelt. Dat lucht op.
Ze ademt in. “Tja, ik kan de ander niet veranderen… maar ik mag en kan toch wel een grens stellen, zodat mijn buik stopt met borrelen?”
Wat als we minder oordelen en meer observeren? Wat brengt zachter werken jou?
“Mildheid is niet zwak zijn. Het is de moed hebben om zacht te zijn in een harde wereld.”