“Mam, mijn voet is gebroken, ik weet het zeker.” “Eerst maar eens kijken hoe het morgen is.” “Nee, je MOET me nu naar het ziekenhuis brengen!!” De voet van mijn dochter (15) is overreden door een oude man op een fatbike, die boos omkeek en doorreed. Ik had haar net opgehaald.
Mijn opvoeding sprak als eerste. Die van ‘Stel je niet aan, eerst ff aankijken’ en van ‘Ik moet helemaal niets’. Ze blijft aandringen, dus kom ik haar toch maar tegemoet. “Vooruit, ik bel de dokter wel.” Stiekem ga ik ervanuit dat de assistent een afspraak plant voor morgen.
Maar nee, we kunnen direct terecht. Een uur later krijgen we de uitslag in het ziekenhuis: Gebroken middenvoetsbeentje. Waarop mijn dochter mij triomfantelijk aankijkt en zegt: “Ik zei het toch, ik voelde het al, net zoals met mijn gebroken schouder vorig jaar.”
En ik bedenk me: Zo’n zelfde breuk had ik ook jaren terug, maar ik keek het een week aan. Een week later alsnog mijn voet in het gips, waarna de genezing langer duurde.
Anderhalve week geleden kwam ik binnen bij mijn vader (84 jaar). Hij was net gevallen, de thuiszorg had hem al opgevangen. We hielpen hem samen in zijn stoel en de thuiszorgmedewerker checkte of hij nog kon staan. Dat kon hij, dus waarschijnlijk niet gebroken, was de boodschap. Toen ze weg was zei hij tegen me:
“Ik ben de afgelopen tijd vaak gevallen, maar nu is het echt mis.”
“Het valt mee, pa, heb ik net gehoord, je kunt er nog op staan.”
“Nee, dit keer is het echt goed mis.”
De huisarts kwam er aan te pas, waarop mijn vader op verzoek beide benen om en om in de lucht deed. Zij constateerde: “Dat kan hij, dus zal het een kneuzing zijn, met een paar dagen moet het beter gaan.” Maar dat ging het niet. Pa raakte steeds meer in de war, kon niet meer lopen en schreeuwde het steeds meer uit van de pijn.
Toen de huisarts niet kwam op onze oproep dat het echt niet ging hebben we in het weekend de huisartsenpost benaderd. Twee uur later kwam de uitslag in het ziekenhuis: een gebroken heup. Een operatie is te risicovol, dus hij zal niet meer kunnen lopen.
Gisteren sprak ik even met hem, een helder moment (die er helaas nog maar weinig zijn). Ik noemde hem een bikkel omdat hij zijn benen nog omhoog had gekregen, terwijl zijn heup gebroken was. Er kwam even een lach op zijn gezicht, hij zei: “Ja, maar het was toch echt goed mis.” Ik weet, hij deed er gewoon alles aan om thuis te kunnen blijven.
En ik word opnieuw bevestigd in een wijze les, ongeacht leeftijd, wat is het toch essentieel om te luisteren naar je lijf en je intuïtie te volgen. Oude overtuigingen bewust naar achteren schuiven en luisteren naar wat je lichaam en intuïtie je in het hier en nu vertelt.