Ik heb mezelf onmisbaar gemaakt en daar baal ik van. Het is begonnen met de vaatwasser.
Alles door elkaar in de vaatwasser. Ik kan er slecht tegen. Dus orden ik het opnieuw. Heel systematisch: messen bij elkaar, borden achter elkaar, kopjes naast elkaar. Ik laat het mijn partner nog eens trots zien: “Zie je? Zo is het veel efficiënter met uitruimen.”
Inmiddels ruim ik altijd de vaatwasser in. “Want anders krijg ik weer een bak kritiek,” zegt mijn partner.
Mijn innerlijke getuige kijkt met een fronsende lach mee over mijn schouder. Ja, het is efficiënter. Maar ik heb mezelf wel opgezadeld met de eeuwige ‘vaatwassertaak’.
Het ironische?
Ik ben een meester in het laten slingeren en vergeten van spullen. Als mijn partner me vraagt iets te regelen, vergeet ik het geregeld. In mijn werk krijg ik jeuk van opgelegde structuren en systemen. Als een ander me vertelt hoe het moet, haak ik al snel af.
Maar zelf breng ik graag ordening aan, op mijn manier. Ineens zie ik mezelf dus doen wat ik zelf veracht.
Ik ken dit patroon inmiddels door en door, thuis en in mijn werk. Afgelopen week nog, tijdens het begeleiden van gespreksoefeningen in de training ‘Somatic Experiencing’. Ik zie snel waar het beter kan (denk ik) en voel direct de neiging om in te breken.
Ik zie het ook bij leidinggevenden:
“Ik kan het beter.”
“Ik weet het beter.”
“Ik help toch gewoon?”
“Waarom wachten als de oplossing al zichtbaar is?”
Voor je het weet neem je het over. Omdat je je ergert aan het resultaat of aan de traagheid. Of omdat controle simpelweg rust geeft in je eigen systeem.
En daar is het: het ‘vaatwasser-effect’.
De ander voelt jouw oordeel feilloos aan. Het zenuwstelsel van de ander schiet in de stressstand. De ruimte om te experimenteren of zelf na te denken wordt kleiner. Dus laat de ander het, bewust of onbewust, aan jou over. Want dat is gemakkelijk en bespaart tijd. Althans, op de korte termijn.
Zo zet je zelf een patroon in gang dat afhankelijkheid en passiviteit versterkt. Terwijl je juist verlangt naar meer eigenaarschap. In the end zit jij het werk te doen en erger je je aan Piet en Ans die steeds bij je aankloppen met dezelfde vragen. Kortom, een vicieuze cirkel.
Doorbreken begint met het herkennen van je eigen ‘vaatwasser-effect’. Met het opmerken van de eerste signalen in je lichaam: spanning, onrust, de neiging om naar voren te leunen en het over te nemen.
Hoe eerder je dat merkt, hoe eerder je kunt kiezen. En dan bewust achterover gaan leunen, letterlijk op je handen gaan zitten. Vragen stellen, luisteren, echt luisteren. Vanuit de overtuiging dat de ander alles in huis heeft om tot een goede oplossing te komen. En dat jij de ander pas echt ‘helpt’ als je daarop vertrouwt.
Wat is jouw ‘vaatwasser-effect’?