Toen mijn moeder 30 jaar geleden overleed, waren er geen tranen. Toen mijn vader en zus twee maanden geleden kort na elkaar overleden, weer geen tranen. Althans, voor mezelf niet.

Het overlijden van mijn moeder (alcoholverslaving) had ik al lang van te voren aan zien komen. Een jaar lang dacht ik dagelijks: “Het gaat niet meer goedkomen (verslaafd aan alcohol), dit is geen leven.”

De periode nadat ze overleed dacht ik iedere week: “Nu voel ik me nog steeds slechts, ik had het toch aan zien komen, hoe kan dat?” Ik schoot van de ene analyse na de andere in mijn hoofd, bleef maar rondlopen met die steen. Ademen ging moeilijk, dag in dag uit. Pas toen ik leerde accepteren wat mijn lichaam me vertelde, en stopte met het ‘weganalyseren’ ervan, kwam er verlichting.

Twee maanden geleden overleden mijn vader (parkinson, dementie) en mijn zus binnen één week tijd. Bij mijn vader had ik een soortgelijke gedachte als destijds bij mijn moeder: het is beter zo. Maar het overlijden van mijn zus kwam totaal onverwacht.

Weer geen tranen. Althans, ik besef me: de tranen die komen gaan vooral over het verdriet dat ik zie bij mijn dochter en mijn nicht.

Maar wat me het meest opvalt: de steen in mijn maag blijft weg. Iedere dag weer de verwondering dat ik vrij kan blijven ademen, diep in mijn buik. Voor mij de opbrengst van jarenlang oefenen in het toelaten van gevoel.

Tegelijkertijd merk ik toch een zwaar en dof gevoel op, alsof het verdriet ergens vastzit. Het uit zich in vermoeidheid en een kort lontje. Helaas vooral richting mijn partner en mijn dochter.

Geen steen, het komt nu meer in de buurt van een dot watten. Weer denk ik opgelucht: Wat een vooruitgang! Maar mijn oude neiging steekt meer en meer de kop op: mezelf steeds afvragen wanneer dit gevoel weggaat. Terwijl ik weet dat precies die vraag aan mezelf stellen, maakt dat ik het vastzet. Die welbekende bal onder water, des te harder je ‘m onder water duwt, des te harder komt ie naar boven.

In Waking the Tiger beschrijft Peter Levine dat het verwerken van emoties niet altijd gepaard hoeft te gaan met het uiten ervan. Wanneer je ze van binnen erkent, accepteert en ruimte geeft, kan de noodzaak om ze te uiten wegvallen.

Ik voel dat ik op de goede weg ben. Ik druk niet meer weg wat ik voel, en dat geeft ademruimte. Maar mildheid en geduld opbrengen, het blijft een klus. En toch, op een of andere manier heeft het ook echt waarde hier langer bij stil te staan, een vorm van eerbetoon aan mijn vader en zus.

Gisteren had ik een fijn gesprek met mijn partner waarin ik mijn zware gevoel kon delen. Zijn begrip hielp direct om me lichter te voelen. Wat kan begrip en erkenning in de ogen van een ander toch ook een verschil maken.

Dus ‘vrolijk’ terug naar ‘mijn nieuwe recept’: erkennen, accepteren, erbij blijven en tijd geven. Verdriet hoeft er niet altijd uit. Het mag er ook gewoon zijn.Activeer om grotere afbeelding te bekijken,

Dit artikel delen:

Gerelateerde artikelen

Soms zit ik ineens vast in mijn hoofd. Ken je dat moment na een gesprek waarop je het gesprek steeds opnieuw afspeelt? Deze week had ik dat na een coachgesprek ...

“Je moet meer kwetsbaarheid tonen!” Een coachee vertelde me dat haar leidinggevende dat ooit tegen haar zei. Ze wist totaal niet wat ze daarmee moest. Moest ze huilen? Haar frustraties ...

Hoe is het om wees te zijn op je 52e? Die vraag kreeg ik een maand geleden. Sindsdien hangt hij in mijn hoofd én in mijn lijf. Wat ik het ...

Hij is High Potential, één van de 60 leiders van de toekomst, en hij zit tegen een burn-out aan. Gisteren schreef ik over het ‘vaatwassereffect’: het patroon waarin je jezelf ...