Het bleef te lang stil op mijn vraag: “Hoe kijken jullie terug op de teamdag?”
Toen zei iemand aarzelend: “Wat hebben we ook alweer gedaan? Ik kan me er weinig van herinneren.” Buikpijn kreeg ik ervan, ik had die dag namelijk begeleid.
Het was ooit de reden om te stoppen met de klassieke “één keer per jaar”-teambuildingsdagen. Want te vaak verdwenen de flipovers met intenties onder in een la, veranderde er niets en verbeet ik mijn frustratie.
Nu werk ik met teams in trajecten waarin ik langer meeloop van A naar B. Waar teamsessies worden opgevolgd met observatie en feedback in de contactmomenten op de werkvloer. Want dáár gebeurt het, in het dagelijks samenspel, niet op een losse teamdag.
Toch werd ik laatst weer even met mijn neus op de feiten gedrukt. Dit team leek niets meer te weten van hun vorige sessie. Tot ik hun flipovers weer tevoorschijn haalde…Langzaam ontstond er een gesprek vol herkenning.
De manager zei: “Ik zie meer rust, meer verbinding, meer samenwerking.”
Een teamlid vulde aan: “We lunchen vaker samen, vragen meer hoe het met de ander is. Dat kleine beetje meer aandacht doet wonderen.”
Het bracht mij opluchting, maar ook een belangrijke les in het werken vanuit vertrouwen. Het vertrouwen dat ontwikkeling veelal zit in de onverwachte momenten en in het kleine werk. Vaak begint échte teamontwikkeling niet groots of meeslepend, maar juist klein en duurzaam.