Soms zit ik ineens vast in mijn hoofd. Ken je dat moment na een gesprek waarop je het gesprek steeds opnieuw afspeelt?
Deze week had ik dat na een coachgesprek waar ik niet helemaal tevreden over was. In het begin levert dat terugdenken iets op: nieuwe inzichten, andere vragen die ik had kunnen stellen, momenten waarop ik denk: hier had ik nog even kunnen doorvragen.
Maar er komt altijd een punt waarop het kantelt. Dan verandert reflectie in malen. Het gesprek speelt zich opnieuw af, maar nu vooral met zinnen als: hier had ik dit moeten vragen, dit was helemaal niet handig. Hier ging ik de fout in.
En ergens (voor)bij dat punt helpt denken niet meer. Dan denk ik niet meer beter, ik denk alleen nog harder. Mijn hoofd wordt voller, maar mijn perspectief helaas juist smaller.
Het lastige is dat precies op dat moment mijn hoofd er ook geen punt achter kan zetten. Geen simpel besluit kan nemen: dit is wat ik ervan leer en dit neem ik een volgende keer mee.
In plaats daarvan maakt mijn hoofd het drama langzaam groter. Misschien had een andere coach dit beter gedaan. Wanneer ontdekt de coachee dat? En zo probeert mijn hoofd oplossingen te verzinnen voor een probleem dat inmiddels vooral in mijn eigen gedachten heel groot is geworden.
Terwijl ik daarin zat, moest ik denken aan het begin van het boek The Extended Mind van Annie Murphy Paul. Zij beschrijft hoe we bij een writer’s block vaak precies hetzelfde doen: we blijven naar het scherm turen en proberen harder te denken, alsof ons hoofd het alleen moet oplossen.
Haar centrale punt is eigenlijk heel simpel: we overschatten vaak wat ons brein alleen kan. We onderschatten hoeveel slimmer ons denken wordt als we lichaam, omgeving en andere bronnen van intelligentie erbij betrekken.
Ik zie iets vergelijkbaars bij leiders die teams door verandering begeleiden. Juist wanneer de druk toeneemt, ontstaat de neiging om het probleem nog intensiever zelf te analyseren, terwijl dat vaak precies het moment is waarop nieuwe intelligentie nodig is.
Denken gebeurt namelijk niet alleen in ons hoofd. Ons lichaam, onze beweging en zelfs onze omgeving kunnen onderdeel worden van ons denkproces. Dus wanneer ik merk dat mijn hoofd vastloopt, doorbreek ik de neiging ‘harder te denken’. Ik leun achterover, kijk om me heen of sta op en loop een rondje. Bijna altijd gebeurt dan wat mijn hoofd net niet meer lukte: er komt weer ruimte.
Meestal zit de doorbraak namelijk niet in nog eens overdenken, maar in het toevoegen van nieuwe intelligentie.
Ik ben benieuwd: wat helpt jou wanneer je merkt dat je hoofd blijft malen?